Een supermarkt plaatst fruit bij de kassa in plaats van chips. Een pensioenregeling zet sparen als default. Een gemeente stuurt een brief met de tekst “9 van de 10 van uw buren hebben hun belasting al betaald.” Een verzekeraar toont een teller die aftelt naar het einde van de aanbiedingtermijn, ook als de aanbieding niet echt verloopt.

Vier voorbeelden van gedragsontwerp. Drie zijn ethisch. Eén is manipulatie. Maar de technieken die eronder liggen zijn in alle vier gevallen identiek: defaults, sociale norm, schaarste. Wat ze onderscheidt is niet het instrument. Het is de vraag wie er beter van wordt.

De kernvraag in ethisch gedragsontwerp: wie profiteert van de beïnvloeding? Als het antwoord de persoon is die beïnvloed wordt, spreek je van positieve invloed. Als het antwoord de beïnvloeder is ten koste van de ander, spreek je van manipulatie. De grens is dunner dan je denkt, en precies daarom is het zo belangrijk om hem scherp te definiëren.

Wat is positieve invloed?

Positieve invloed is wat gedragsontwerp op zijn best doet. Je maakt het makkelijker voor mensen om de keuze te maken die aansluit bij wat ze diep van binnen al willen: gezonder leven, beter sparen, meer samenwerken, minder verspillen. Je neemt niemands autonomie af. Je vergroot hem. Je maakt de goede keuze de makkelijke keuze.

De pensioenfonds-default is hier het klasieke voorbeeld. Mensen willen sparen voor later. Maar ze stellen het uit. Een opt-out systeem, waarbij je automatisch deelneemt tenzij je actief aangeeft dat niet te willen, helpt mensen doen wat ze al van plan waren. Ze zijn na de beïnvloeding beter af dan daarvoor. Ze kunnen er nog steeds uitstappen. Hun autonomie is intact.

Dit zijn de kenmerken van positieve invloed:

Dat laatste punt is cruciaal. Transparantietest: als jij aan de mensen die je beïnvloedt precies zou uitleggen wat je doet en waarom, zouden ze het ermee eens zijn? Als het antwoord ja is, zit je aan de goede kant.

Wat is manipulatie?

Manipulatie gebruikt precies dezelfde inzichten uit de gedragswetenschap: framing, verliesaversie, sociale bewijskracht, schaarste. Maar het doel is omgedraaid. Niet de ander beter maken, maar jezelf beter af.

De nep-aanbieding die “nog maar 2 uur geldig” is, maar dat altijd is. De cookiebanner waarbij “alles accepteren” een grote knop is en “beheer voorkeuren” een grijs linkje dat leidt naar een interface waar je honderden uitgevers handmatig moet uitvinken. De verzekeraar die verliesaversie triggert met teksten als “U bent niet gedekt als…” voor risico’s die statistisch verwaarloosbaar zijn.

Mensen doen iets wat ze bij nadere overweging niet hadden gewild. Ze zijn na de interactie slechter af dan daarvoor. Dat is de definitie van manipulatie.

Dit zijn de kenmerken van manipulatie:

Dezelfde techniek, twee uitkomsten

Het is verleidelijk om te denken dat bepaalde technieken per definitie manipulatief zijn. Verliesaversie klinkt gevaarlijk. Sociale norm klinkt als groepsdruk. Maar de techniek op zichzelf is neutraal. Het gaat altijd om het doel.

Neem sociale norm. Een gemeente stuurt een brief: “9 van de 10 van uw buren hebben hun belasting al betaald.” Dit is ethisch: het klopt, het helpt mensen sociaal wenselijk gedrag te vertonen, en het dient zowel de gemeente als de burger. Maar een bedrijf dat schrijft “9 van de 10 klanten kiezen voor ons premium pakket” terwijl dat statistisch niet klopt, is manipulatie. De techniek is identiek. De intentie en het resultaat zijn tegengesteld.

Hetzelfde geldt voor framing. “Dit product bevat 10% vet” versus “Dit product is 90% vetvrij” zijn objectief identieke uitspraken. Een supermarkt die gezonde producten als “90% vetvrij” labelt om mensen te helpen gezonder te kiezen, doet iets anders dan een fabrikant die een product met veel suiker als “suikervrij” labelt door een kunstmatig zoetmiddel te gebruiken. Beide gebruiken framing. Eén helpt. De ander misleidt.

De drie vragen die bepalen aan welke kant je staat

In de praktijk is de grens niet altijd helder. Hier zijn drie vragen die je helpen om je eigen werk te toetsen:

1. Zou de doelgroep het ermee eens zijn? Als je precies zou uitleggen wat je doet en waarom, de default, de framing, de volgorde van opties, zouden de mensen die je beïnvloedt het begrijpen en accepteren? Als je het gevoel hebt dat je iets verbergt, is dat een signaal.

2. Zijn ze na afloop beter of slechter af? Dit klinkt simpel, maar vraagt eerlijkheid. Niet: verdienen wij er beter aan? Maar: is de persoon die we beïnvloed hebben, geholpen of uitgebuit? Een klant die een product koopt dat hij niet nodig heeft omdat jij verliesaversie hebt getriggerd, is slechter af. Een medewerker die gezonder eet omdat de kantine de salade vóór de friet heeft gezet, is beter af.

3. Zou ik dit kunnen publiceren? De krantenpaginatest, of wat wij intern de “transparantietest” noemen. Zou ik zonder schroom kunnen uitleggen aan een journalist, aan de klant zelf, aan een toezichthouder wat ik hier gedaan heb en waarom? Als het antwoord nee is, weet je genoeg.

Waarom dit er steeds meer toe doet

De vraag is niet alleen moreel. Ze is ook strategisch. Manipulatie werkt op de korte termijn. Nep-schaarste verhoogt conversie. Confirmshaming verlaagt het aantal opzeggingen. Dark patterns houden gebruikers vast. Maar het vertrouwen dat je daarmee sloopt, is structureel.

Amazon werd door de EU gedwongen het opzegproces voor Prime te vereenvoudigen. LinkedIn betaalde 13 miljoen dollar boete voor het ongewenst uitnodigen van contacten. De Autoriteit Consument en Markt heeft ruimere bevoegdheden gekregen om manipulatief design te sanctioneren. De regelgeving loopt snel bij.

Maar los van regelgeving: organisaties die op lange termijn willen bouwen aan vertrouwen, kunnen zich manipulatie simpelweg niet veroorloven. Gedragsontwerp is krachtig precies omdat het inspeelt op hoe mensen werkelijk beslissingen nemen. Die kracht kan je inzetten om mensen te helpen of om ze uit te buiten. De keuze is aan jou. De consequenties zijn aan allebei de kanten reëel.

Hoe SUE hiermee omgaat

Wij werken niet mee aan projecten waarvan de uiteindelijke doelen schadelijk zijn voor de doelgroep. Dat is geen reclametekst. Het is een operationele keuze die ons soms opdrachten kost.

De vraag die wij bij elk project stellen: zou de doelgroep het eens zijn met hoe we hun gedrag willen beïnvloeden? Als het antwoord nee is, nemen we de opdracht niet aan of herontwerpen we het doel. We hebben de Guiding Ethical Behavioural Design Principles opgesteld als intern kompas: twaalf principes die bepalen hoe we beïnvloeding toepassen. Niet omdat het er goed uitziet. Maar omdat gedragsontwerp zonder ethisch kader een instrument is dat je beter niet kunt gebruiken.

Meer over ethisch gedragsontwerp

Lees onze aanpak en de 12 Guiding Ethical Behavioural Design Principles op de SUE Ethiek-pagina. Of bekijk hoe dark patterns, de schaduwzijde van gedragsontwerp, eruitzien in de praktijk: Wat zijn dark patterns?

Verder lezen

  1. Thaler, R.H. & Sunstein, C.R. (2008). Nudge: Improving Decisions About Health, Wealth, and Happiness. Yale University Press. Het standaardwerk over keuzearchitectuur en de ethiek van defaults.
  2. Mathur, A. et al. (2019). Dark Patterns at Scale: Findings from a Crawl of 11K Shopping Websites. ACM Human-Computer Interaction. Empirisch onderzoek naar de verspreiding van manipulatief design.
  3. Brignull, H. (2010). Dark Patterns: Deception vs. Honesty in UI Design. A List Apart. De oorspronkelijke catalogisering van misleidende interface-ontwerpen.