De meeste grote organisatieveranderingen beginnen met een crisis. Een kwartaal met dramatische verliezen. Een concurrent die plotseling marktleider wordt. Een platform dat letterlijk in brand staat. Druk van buiten dwingt de binnenkant in beweging.
ING in 2015 had dat niet. De bank was winstgevend. De positie was sterk. Er was geen extern signaal dat zei: nu of nooit. Toch besloot het leiderschap om de volledige Nederlandse organisatie, 3.500 medewerkers, in één beweging te herstructureren naar zelfsturende agile teams. Dat is de reden waarom deze transformatie de moeite waard is om te bestuderen. Niet omdat het makkelijk was, maar omdat het werkte terwijl er geen vuur was dat mensen dwong te rennen.
Dit is een behavioural design casestudy, geen agile manifest. Ik ben niet geïnteresseerd in de vraag of agile de juiste methode is voor jouw organisatie. Ik ben geïnteresseerd in wat de structuur deed met het gedrag van mensen. Want dat is precies het punt waarop de meeste organisatieveranderingen vastlopen: ze veranderen de structuur en verwachten dat het gedrag automatisch meebeweegt. ING begreep dat het precies andersom werkt.
De gedragspatronen die niet meer werkten
Om te begrijpen waarom de verandering zo ingrijpend was, helpt het om te zien welke patronen er vóór 2015 heersten. Niet als aanklacht, maar als diagnose. Elk van deze patronen was ooit logisch, gegeven de structuur die ze produceerde.
Hiërarchische besluitvorming. Elke beslissing die de grenzen van een afdeling overschreed, vereiste meerdere lagen goedkeuring. Dat kostte weken. Niet omdat mensen koppig waren of politiek speelden, maar omdat de structuur dat automatisch produceerde. Als jij je manager nodig hebt, en je manager zijn manager, en die vervolgens nog een stuurgroep, dan is vertraging niet een persoonlijke fout. Het is het systeem dat zijn werk doet.
Silo's als standaard. Marketing, IT, operations en product werkten in gescheiden werelden. Ze coördineerden met elkaar, maar dat was een extra stap, een inspanning bovenop het echte werk. Territoriaal denken was niet de uitzondering, het was wat de structuur automatisch produceerde. Als jij wordt beoordeeld op de doelstellingen van jouw afdeling, dan is het rationeel om voor die afdeling te optimaliseren.
Jaarlijkse planningscycli. Vijf tot zes grote lanceringen per jaar. Dat klinkt actief, maar het betekende ook dat producten pas live gingen na maanden van planning, bouw en goedkeuring. Tegen de tijd dat iets de markt raakte, waren de klantbehoeften al verschoven. De planning maakte kortetermijnrespons structureel onmogelijk, niet door slechte wil, maar door de cyclus zelf.
Risicomijding via controle. Een complex goedkeuringsproces zorgde ervoor dat grote fouten zeldzaam waren. Maar het zorgde ook voor iets anders: niemand nam initiatief zonder expliciete toestemming. De governance beschermde de bank tegen grote missers, maar trainde mensen tegelijk om te wachten. Wachten werd de veiligste strategie.
Het inzicht dat alles veranderde
ING's leiderschap begon niet met nieuwe processen of een uitgebreid agile trainingsprogramma. Ze begonnen met een erkenning. De uitdaging was niet technisch. Ze was gedragsmatig.
Dat klinkt simpel. Maar in de praktijk is het een zeldzaam inzicht. De meeste veranderprogramma's gaan ervan uit dat mensen het verkeerde gedrag vertonen omdat ze het goede gedrag niet kennen of niet willen. Dus worden er trainingen ontworpen, communicatieplannen geschreven en leiderschapsboodschappen verzonden. Het goede nieuws wordt verkondigd. En dan, zes maanden later, heeft er weinig structureel veranderd.
ING's inzicht was anders. De structuur zelf trainde mensen om te gedragen op manieren die niemand meer dienden. Hiërarchie maakte onderwerping automatisch, niet omdat mensen niet konden nadenken, maar omdat het de makkelijkste respons was. Silo's maakten territoriaal denken de standaard, niet omdat mensen niet wilden samenwerken, maar omdat de beoordelingssystemen dat afdwongen. Jaarlijkse cycli maakten langetermijndenken structureel, niet omdat mensen niet scherp waren, maar omdat de planningsrealiteit dat produceerde.
"Je kon gedrag niet veranderen binnen deze structuur. De structuur was het probleem. Het trainde mensen elke dag om te gedragen op manieren die klanten en het bedrijf niet meer dienden."
Dit is de kern van keuzearchitectuur: de omgeving bepaalt welk gedrag de makkelijkste keuze is. Als jij toestemming vragen de makkelijkste keuze maakt, krijg je mensen die toestemming vragen. Als jij samenwerking over afdelingsgrenzen de makkelijkste keuze maakt, krijg je samenwerking. De vraag is niet hoe je mensen overtuigt. De vraag is hoe je de structuur zo ontwerpt dat gewenst gedrag automatisch wordt.
De SUE Influence Framework analyse
Wat gebeurde er eigenlijk? Het SUE Influence Framework brengt vier krachten in kaart: Pijnen en Voordelen (wat mensen naar nieuw gedrag duwt) en Angsten en Comforts (wat mensen in hun huidige gedrag houdt). De meeste veranderprogramma's richten zich alleen op de eerste twee. ING pakte alle vier aan.
Pijnen (de drijvende krachten)
Er was frustratie over trage besluitvorming. Mensen wisten wat er moest gebeuren maar konden niet handelen. Talent vertrok naar snellere bedrijven, naar fintechs die in weken lanceerden wat ING maanden nodig had. En er was de pijn van toekijken hoe concurrenten features lanceerden die ING al maandenlang besprak. Dat zijn echte pijnen, niet percepties. Ze waren voelbaar voor iedereen die ze durfde te benoemen.
Voordelen (de drijvende krachten)
De voordelen van de nieuwe structuur waren aantrekkelijk, maar abstract. Vrijheid om te beslissen zonder op goedkeuring te wachten. De kans om te werken aan iets met echte impact voor klanten. Snellere feedback of je werk er echt toe doet. Het probleem met abstracte voordelen is dat ze geen gedrag veranderen zolang de angsten concreter zijn. En die waren dat.
Angsten (de remmende krachten)
Dit is waar de meeste veranderprogramma's de mist in gaan. Ze negeren de angsten. Maar de angsten waren reëel. Angst om de bescherming te verliezen die hiërarchie bood, want als jij altijd goedkeuring vroeg, kon je altijd zeggen dat je het niet alleen had besloten. Onzekerheid over loopbaanpaden zonder traditionele managementrollen, want wat ben je waard als je geen team meer managet? En geen duidelijkheid over hoe verantwoordelijkheid te dragen zonder een heldere commandostructuur. Autonomie klinkt aantrekkelijk. Maar het betekent ook dat jij verantwoordelijk bent als het misgaat.
Comforts (de remmende krachten)
Naast de angsten waren er de comforts van de oude situatie. Duidelijke rolinvulling en voorspelbare loopbaanontwikkeling. Je wist wat je deed en wat je kon verwachten. De mogelijkheid om moeilijke beslissingen omhoog te delegeren, wat ook een comfort is. Status en identiteit gekoppeld aan managementtitels, "ik manage een team van twintig mensen" is een zin die ergens toe doet. Die status verdwijnt niet zomaar als je hem weghaalt.
Het Influence Framework maakt zichtbaar wat de meeste veranderprogramma's volledig negeren. Mensen verzetten zich niet omdat ze koppig waren. Ze hielden vast aan de oude structuur omdat die echte psychologische waarde bood. Elk veranderprogramma dat dat negeert, mislukt. Niet altijd onmiddellijk, maar uiteindelijk altijd.
De vier interventies
Wat ING onderscheidt van mislukte transformaties is dat ze elk kwadrant van het Influence Framework actief aanpakten. Niet met communicatie, maar met structuurwijzigingen die nieuw gedrag automatisch maakten.
1. De transitie veilig maken (angsten adresseren)
ING introduceerde chapter leads, managers die niet verantwoordelijk waren voor de dagelijkse werking van teams, maar wel voor de professionele ontwikkeling van mensen. Je had nog steeds iemand die in jouw groei investeerde. Het loopbaanpad verdween niet, het veranderde van vorm. Expliciet gemaakt welk competentieprofiel bij welk loopbaanpad hoorde. Uitgebreide coaching, niet alleen een e-learning module. Psychologische veiligheid werd actief gebouwd via foutentolerantie in vroege sprints. De boodschap was: je mag fouten maken in de lerende fase. Dat is de bedoeling.
Dit is het meest over het hoofd geziene element van de ING-transformatie. Ze investeerden zwaar in het wegnemen van de angsten voordat ze de structuur wijzigden. Niet in de communicatie over de nieuwe structuur, maar in de concrete antwoorden op de concrete vragen die mensen wakker hielden.
2. Nieuwe bronnen van status creëren (comforts vervangen)
Je kunt mensen niet vragen om hun status op te geven als je ze niets nieuws geeft om trots op te zijn. ING begreep dat. Ze creëerden nieuwe statusmarkers: eigenaarschap van klantresultaten in plaats van teamomvang. De zin veranderde van "ik manage een team van twintig" naar "wij zijn eigenaar van dit klantprobleem." Loopbaanpaden liepen voortaan via expertise en impact, niet via managementhierarchie. Je kon groeien zonder leidinggevende te worden.
Autonomie verving onderwerping. Teams konden beslissingen nemen zonder goedkeuring. Dat voelde als vrijheid, niet als verlating, omdat de angst eerder was weggenomen. Duidelijke verantwoordelijkheid verving diffuse aansprakelijkheid. Als jij eigenaar bent van een resultaat, weet je precies waarvoor je staat. Dat is ongemakkelijk, maar het geeft ook richting.

3. Het probleem zichtbaar maken (pijnen versterken)
ING deed iets opmerkelijks. Alle medewerkers, inclusief directie, brachten hun eerste week door in het callcenter. Ze hoorden klantproblemen rechtstreeks, zonder filter, zonder samenvatting. Een klant die niet kan betalen. Een product dat niet werkt zoals beloofd. Een medewerker die wel wil helpen maar het systeem niet toelaat.

Dat is een gedragsinterventie, geen communicatiecampagne. Abstracte pijn over trage processen werd concreet en persoonlijk. Concurrentieanalyse werd zichtbaar gemaakt: welke features lanceerden concurrenten terwijl ING ze al maanden besprak? De echte kosten van vertraging werden gedocumenteerd, niet als PowerPoint, maar als verhalen. En verhalen werken op Systeem 1.
4. Verbinden aan een nieuw doel (voordelen activeren)
Een nieuwe succesmaatstaf verving activiteitsbeheer en compliance-metrics. Klantimpact werd de graadmeter. Dat klinkt voor de hand liggend, maar het vereist moed. Als je mensen beoordeelt op klantimpact, dan moet je ook kunnen aantonen wat die impact is. Tweewekelijkse release-cycli betekenden dat je binnen dagen kon zien of je werk er echt toe deed. Dat is een fundamenteel ander gevoel dan werken aan een project dat pas over zes maanden live gaat.
Individuele autonomie was gekoppeld aan teamresultaten. Jij kon beslissen, maar jij was ook verantwoordelijk voor het resultaat van die beslissing. Dat activeerde een vorm van eigenaarschap die in de oude structuur niet bestond.
Naast de vier interventies veranderde ING ook de keuzearchitectuur op het niveau van dagelijkse routines. De default veranderde van "vraag goedkeuring" naar "beslis en informeer." Vergaderingen werden omgevormd naar sprint-ritmes met vaste cadans. De fysieke ruimte werd heringericht: geen hoekkantoortjes meer voor managers, samenwerkingsruimten als standaard. Als de ruimte samenwerking de makkelijkste optie maakt, dan werken mensen samen. Niet omdat ze dat hebben besloten, maar omdat het de weg van de minste weerstand is.
De resultaten
De gedragsresultaten kwamen eerder dan de business metrics, en dat is precies wat je zou verwachten als de structuur goed is ontworpen. Binnen maanden waren volledig andere patronen zichtbaar. Medewerkers rapporteerden meer eigenaarschap, niet omdat ze dat opgedragen kregen, maar omdat de structuur eigenaarschap de meest logische respons maakte. Beslissingen werden op teamniveau genomen zonder escalatie. Cross-functionele samenwerking werd de norm, niet een extra stap.
Daarna volgden de business resultaten. Time-to-market daalde van maanden naar twee tot drie weken. Releases gingen van vijf tot zes per jaar naar continue delivery. ING werd de nummer 1 mobiele bank-app van Nederland. Medewerkersbetrokkenheid steeg, ondanks de omvang van de verstoring. Dat laatste is misschien het meest opmerkelijke. Grote veranderingen zijn bijna altijd negatief voor betrokkenheid op korte termijn. Dat ING het omgekeerde zag, is een signaal dat de angsten serieus waren genomen.
De grootste verandering was niet structureel. Ze was psychologisch. Mensen gingen van toestemming vragen naar eigenaarschap nemen. Niet omdat iemand dat vroeg, maar omdat de structuur dat automatisch maakte. Eigenaarschap werd de makkelijkste keuze.
Wat dit betekent voor iedereen die verandering leidt
De meeste veranderprogramma's richten zich op Systeem 2: nieuwe processen, trainingen, communicatiecampagnes, leiderschapsboodschappen. ING richtte zich op Systeem 1, de omgeving die bepaald gedrag automatisch maakt. Verander de structuur, en het standaardgedrag verandert mee. Dat is de enige route die werkt als je 3.500 mensen tegelijk wilt laten bewegen.
Kijk eens naar jouw eigen organisatie. Wat traint jullie huidige structuur mensen automatisch te doen? Wat is de default? Wat is de weg van de minste weerstand? Niet wat je op papier zegt dat je wilt, maar wat het systeem dagelijks beloont. Dat is je startpunt voor verandering, niet een communicatieplan.
ING veranderde ook hoe mensen zichzelf professioneel zagen. Van "ik manage een team van twintig" naar "ik ben eigenaar van dit klantresultaat." Identiteitsverandering is slijtvaster dan gedragsverandering. Als mensen hun nieuwe manier van werken als onderdeel van wie ze zijn ervaren, heb je een verandering die beklijft. Gedragsverandering zonder identiteitsverandering is altijd tijdelijk.
En dan de schaal. Ze transformeerden alle 3.500 medewerkers tegelijk, niet een pilot in één afdeling terwijl de rest traditioneel bleef. Dat laatste is de vaakst gemaakte fout. Als je een klein deel van de organisatie agile maakt terwijl de rest hiërarchisch blijft, trekt de hiërarchische omgeving de pilot vroeg of laat terug naar het oude patroon. De structuur wint altijd van de intentie.
De ING-casestudy is het duidelijkste voorbeeld dat ik ken van waarom we in Behavioural Design zoveel tijd besteden aan keuzearchitectuur. De transformatie slaagde omdat het leiderschap begreep dat je mensen niet kunt trainen in agility terwijl de hiërarchische structuur die onderwerping automatisch maakt, intact blijft. Je moet eerst de omgeving ontwerpen. Dan volgt het gedrag vanzelf.
Bronnen: McKinsey Quarterly, Harvard Business School Case Study, ING Agile Transformation Documentation.
Veelgestelde vragen over de ING agile transformatie
Wat is de ING agile transformatie?
In 2015 herstructureerde ING Nederland haar volledige organisatie van 3.500 medewerkers naar zelfsturende agile squads en tribes, geïnspireerd op het Spotify-model. Het is een van de bekendste organisatietransformaties in de bankenwereld en werd bestudeerd door McKinsey en Harvard Business School.
Waarom slaagde de agile transformatie van ING waar anderen mislukken?
Omdat ING de gedragskrachten achter weerstand aanpakte, niet alleen de structurele wijzigingen. Ze verwijderden angsten via chapter leads voor loopbaanontwikkeling, vervingen oude statusbronnen door klantresultaten boven teamomvang, maakten problemen direct voelbaar via de eerste week in het callcenter, en verbonden mensen aan een nieuw doel via klantimpact als succesmaatstaf. De meeste agile transformaties mislukken omdat ze focussen op proces en de psychologische krachten negeren.
Wat is het Spotify-model?
Het Spotify-model is een organisatiestructuur ontwikkeld bij Spotify die mensen organiseert in kleine autonome teams, squads genaamd, gegroepeerd in grotere clusters, tribes genaamd. Elke squad is eigenaar van een specifiek productgebied en kan zelfstandig beslissingen nemen. ING paste dit model in 2015 aan voor een bankcontext.
Wat is het SUE Influence Framework?
Het SUE Influence Framework is een gedragsanalyse-instrument ontwikkeld door SUE Behavioural Design. Het brengt de vier krachten in kaart die bepalen of gedrag verandert: Pijnen en Voordelen (de drijvende krachten die mensen naar verandering duwen) en Angsten en Comforts (de remmende krachten die mensen in hun huidige gedrag houden). Voor een uitgebreide uitleg, zie het SUE Influence Framework uitgelegd.
Is de ING-aanpak toepasbaar op kleinere organisaties?
Ja, de principes zijn schaalinvariant. Het kernidee, dat structuur automatisch gedrag creëert, geldt of je 35 medewerkers hebt of 3.500. De specifieke interventies zullen verschillen, maar de logica blijft hetzelfde: identificeer wat jouw huidige structuur mensen automatisch laat doen, en herontwerp vervolgens voor het gedrag dat je werkelijk wilt.