Jouw situatie
Jij zei: iedereen zegt ja, en daarna blijft het liggen.
Jij zei: het komt bij je terug, of je lost het zelf op.
Jij zei: het gaat goed zolang je ernaar vraagt.
Jij zei: je hebt van alles gedaan, en het blijft zoals het was.
En je ziet het vooral bij afspraken uit het overleg. Wat van iedereen is, is van niemand.
En je ziet het vooral bij nieuwe werkwijzen. De oude werkwijze kost geen moeite.
En je ziet het vooral bij elkaar aanspreken. Wie een collega aanspreekt, zet de verhouding op het spel.
Ja zeggen in het overleg is de makkelijkste keuze.
In het overleg kost instemmen niets. Daarna heeft de afspraak geen naam, geen datum en geen moment waarop iemand ernaar vraagt. Het gewone werk wint dan vanzelf.
Sluit morgen elke afspraak af met één naam en één datum, hardop. Begin het volgende overleg met die lijst.
Zolang jij het oplost, hoeft niemand anders het te doen.
Je team heeft geleerd dat wachten werkt: jij pakt het op, sneller en beter. Voor hen is dat de makkelijkste weg, en voor jou ook.
Geef morgen één ding terug dat op jouw bureau belandde. Vraag wat de ander nodig heeft om het af te maken, en los het niet zelf op.
Het werk hangt aan jouw aandacht.
Zolang jij ernaar vraagt, gebeurt het. Het gedrag zit dus aan jou vast en nog niet in de routine van het team. Valt jouw aandacht weg, dan valt het gedrag weg.
Zoek morgen één vast moment in de week waarop het team zelf de stand bekijkt, zonder jou. Daar wordt het werk van hen.
Je hebt steeds harder geduwd. Wat tegenhoudt, staat er nog.
Uitleg, argumenten en druk werken allemaal aan dezelfde kant: ze duwen. De twijfels en de gemakken die mensen bij het oude houden, blijven staan. Zolang die er staan, levert harder duwen vooral meer tegendruk op.
Plan morgen geen nieuwe actie. Breng eerst in kaart wat mensen tegenhoudt. Daarna weet je wat je weghaalt.