Jouw situatie
Jij zei: het team doet wat moet, en meer komt er niet.
Jij zei: na een goed gesprek is er energie, en een week later is die weg.
Jij zei: een paar mensen trekken de kar, en de rest kijkt toe.
Jij zei: je hebt van alles gedaan, en het blijft zoals het was.
En je wilt vooral dat het team een nieuw doel oppakt. Voor hen komt dat doel bovenop het werk dat er al ligt.
En je wilt vooral dat mensen initiatief nemen. Initiatief is een risico: het kan misgaan waar iedereen bij is.
En je wilt vooral meer energie in het dagelijks werk. Kijk dan naar wat die energie nu wegneemt.
Wie doet wat moet, volgt de situatie.
Je team doet wat de situatie vraagt. Meer doen levert niets op wat ze merken, en soms alleen extra werk. Dan is doen wat moet de verstandige keuze.
Vraag morgen aan twee mensen wat hun werk lastiger maakt dan nodig is. Haal één ding weg. Dat doet meer dan een peptalk.
Een goed gesprek geeft energie. De week erna bepaalt of die blijft.
Na het gesprek gaan mensen terug naar dezelfde agenda, dezelfde systemen en dezelfde collega's. Als daar niets is veranderd, is de energie op zodra het druk wordt.
Spreek morgen na je volgende gesprek één ding af dat de week erna anders is: een overleg minder, of een besluit dat het team zelf mag nemen.
De rest kijkt toe omdat dat kan.
Als een paar mensen alles oppakken, is toekijken voor de anderen de makkelijkste weg. Niemand vraagt hun iets, en het werk gebeurt toch.
Vraag morgen één van de toekijkers om één afgebakende taak, met een reden die voor hem telt. Begin klein.
Je hebt steeds harder geduwd. Wat tegenhoudt, staat er nog.
Uitleg, argumenten en druk werken allemaal aan dezelfde kant: ze duwen. De twijfels en de gemakken die mensen bij het oude houden, blijven staan. Zolang die er staan, levert harder duwen vooral meer tegendruk op.
Plan morgen geen nieuwe actie. Breng eerst in kaart wat mensen tegenhoudt. Daarna weet je wat je weghaalt.