Dit artikel is onderdeel van: Behavioural Design voor managers →

Voor het eerst leidinggeven: de 5 essentiële vaardigheden

Vorige week was je nog de beste in je vak. Je leverde het strakste werk, je kende de details, je was degene naar wie collega's liepen als iets moest kloppen. Daarom kreeg je de promotie. En vanaf maandag wordt je succes niet langer afgemeten aan wat jij maakt, maar aan wat je anderen laat maken.

Dat is een ongemakkelijke waarheid. De vaardigheden die je hier brachten, zijn niet de vaardigheden die je verder helpen. Sterker nog: een aantal ervan wordt nu je grootste valkuil.

De meeste first-time leiders krijgen een lijstje mee. Communiceer helder, geef feedback, motiveer je team, stel doelen. Allemaal waar. En allemaal nutteloos zolang niemand uitlegt waarom die dingen zo verschrikkelijk moeilijk blijken in de praktijk. Het antwoord zit in gedrag, en in de context die dat gedrag stuurt.

Een first-time leider is iemand die voor het eerst leidinggeeft aan anderen, meestal na een promotie op basis van vakinhoudelijke prestaties. De kern van de overgang: de vaardigheden die je succes als professional opleverden, bepalen niet langer je succes als leidinggevende. Goed leidinggeven leer je niet door meer te weten, maar door ander gedrag te ontwerpen en in te slijten. Meer over Behavioural Design voor managers →

Wat is een first-time leider en waarom is de overgang zo lastig?

Een first-time leider is iemand die de stap maakt van individuele professional naar leidinggevende. De overgang voelt als een promotie, maar gedragsmatig is het een baanwissel. Je wisselt niet van niveau binnen hetzelfde werk. Je ruilt het ene type werk in voor een totaal ander type werk.

Hier zit de eerste valkuil. Je bent gepromoveerd omdat je excelleerde in de uitvoering. Je brein heeft jarenlang geleerd dat zelf doen wordt beloond. Dat patroon verdwijnt niet op je eerste werkdag als leidinggevende. Onder druk grijp je terug naar wat je kent: je pakt de taak zelf op, want dat voelt sneller, veiliger en productiever.

De cijfers laten zien hoe vaak dit misgaat. Volgens Gallup (2015) kiezen organisaties in 82% van de gevallen niet de kandidaat met het juiste talent voor de managementrol.[1] En datzelfde onderzoek toont dat managers verantwoordelijk zijn voor 70% van de variatie in de betrokkenheid van een team.[2] Met andere woorden: de persoon die het vaakst verkeerd wordt gekozen, heeft de grootste invloed op hoe een team functioneert.

Motivatie is zelden het probleem. Vrijwel elke beginnend leidinggevende wil het goed doen. De echte uitdaging is afleren, en afleren is psychologisch zwaarder dan leren, omdat het oude gedrag concrete, onmiddellijke beloningen geeft (een afgeronde taak, het gevoel van controle) terwijl het nieuwe gedrag abstracte beloningen belooft die ergens in de toekomst liggen.

Motivation has one role in life: to help us do hard things. If it isn't hard, you don't need motivation.

— BJ Fogg, Stanford Behavior Design Lab

De truc is dus niet om harder je best te doen. De truc is om het juiste gedrag makkelijker te maken dan het oude. Daarover later meer. Eerst de vaardigheden zelf.

De 5 essentiële vaardigheden voor een first-time leider

Vergeet de lange competentielijsten. Voor de eerste honderd dagen draait het om vijf gedragingen. Niet omdat de rest niet telt, maar omdat deze vijf het fundament vormen waar al het andere op rust.

1. Loslaten en delegeren

Dit is de moeilijkste en de belangrijkste. Delegeren is niet alleen werk uit handen geven, het is accepteren dat een ander het anders, en soms minder goed, doet dan jij het zou doen. Voor iemand die gepromoveerd is op kwaliteit voelt dat als achteruitgang.

Toch is loslaten de enige manier om te schalen. Een leidinggevende die alles zelf blijft controleren wordt een flessenhals: niets gaat sneller dan jij persoonlijk aankunt. Delegeren betekent niet wegkijken. Het betekent verantwoordelijkheid geven en de ander de ruimte laten om er iets van te leren.

2. Verwachtingen expliciet maken

Veel beginnend leidinggevenden gaan ervan uit dat hun team wel aanvoelt wat ze bedoelen. Dat doet het zelden. Wat voor jou vanzelfsprekend is na jaren in het vak, is voor een ander gokwerk.

Goede leiders maken het impliciete expliciet. Wat is goed genoeg? Wanneer is iets af? Wie beslist wat? Door dat hardop te benoemen verlaag je de cognitieve last voor je team. Mensen hoeven niet meer te raden, en raden kost energie die ze beter in het werk steken. In gedragstermen: je verandert de default van onzekerheid naar duidelijkheid.

Leer de kunst van gedrag ontwerpen

Leidinggeven is gedrag beïnvloeden. De Behavioural Design Fundamentals Course leert je de methode om het bewust te doen, in twee dagen, met echte cases uit jouw eigen werk.

10.000+ alumni · 43 landen · 9,3 beoordeling

Nog niet zover? Lees wekelijks mee via onze gratis nieuwsbrief →

SUE Behavioural Design training

3. Feedback geven die gedrag verandert

De meeste feedbacktrainingen leren je een gespreksmodel: benoem het gedrag, het effect, en wat je anders wilt. Nuttig, maar onvolledig. Feedback verandert pas gedrag als ze specifiek is, snel komt en gaat over iets wat de ander kan beïnvloeden.

Vage complimenten ("goed gedaan") en uitgestelde kritiek ("daar wilde ik het in je beoordelingsgesprek nog over hebben") veranderen niets. Wat wel werkt: noem het concrete gedrag, doe het kort na het moment, en maak helder wat het opleverde of kostte. Een goedgetimede bekrachtiging direct na gewenst gedrag is een van de krachtigste instrumenten die je als leidinggevende hebt.

4. Psychologische veiligheid creëren

Psychologische veiligheid is het gedeelde gevoel in een team dat je een risico kunt nemen, een fout kunt toegeven of een domme vraag kunt stellen zonder afgestraft te worden. Volgens onderzoek van Amy Edmondson (1999) is het de sterkste voorspeller van of een team van zijn fouten leert.[3]

Voor een first-time leider is dit lastig, want jouw reactie op de eerste fout zet de toon voor maanden. Reageer je geïrriteerd, dan leert je team dat fouten verzwegen moeten worden. Reageer je nieuwsgierig ("wat kunnen we hiervan leren?"), dan leert je team dat het veilig is om eerlijk te zijn. Je creëert veiligheid niet door het uit te spreken, maar door consequent te laten zien hoe je met slecht nieuws omgaat.

5. Prioriteren door nee te zeggen

Als professional was je agenda gevuld met je eigen werk. Als leidinggevende vult iedereen je agenda: je team, je eigen manager, andere afdelingen. Zonder duidelijke prioriteiten word je heen en weer geslingerd en bepaalt de waan van de dag waar je aandacht naartoe gaat.

Prioriteren is voor 80% nee zeggen. Nee tegen taken die je beter delegeert, nee tegen vergaderingen die niets toevoegen, nee tegen de reflex om elk probleem zelf op te lossen. Elke nee beschermt de tijd die je nodig hebt voor het werk dat alleen jij kunt doen: richting geven en mensen ontwikkelen.

Waarom vaardigheidstrainingen voor beginnend leidinggevenden vaak mislukken

Je kunt deze vijf vaardigheden uit je hoofd kennen en ze toch niet toepassen. Dat is geen teken van zwakte. Het is de voorspelbare uitkomst van een training die alleen aan kennis werkt en niets verandert aan de context.

De meeste leiderschapsprogramma's zijn willingness-interventies. Ze werken aan je motivatie en je inzicht ("ik wil een goede leider zijn") zonder iets te veranderen aan de omgeving waarin je dat moet waarmaken. En context wint vrijwel altijd van intentie.

Het SUE Influence Framework maakt zichtbaar waarom. Elk nieuw gedrag heeft te maken met krachten die richting verandering duwen en krachten die terugtrekken naar het oude.

Het SUE Influence Framework met Pains, Gains, Comforts en Anxieties, toegepast op de overgang naar leidinggeven
Het SUE Influence Framework laat zien welke krachten een beginnend leidinggevende richting nieuw gedrag duwen, en welke krachten terugtrekken naar zelf doen.

De comforts van zelf doen zijn tastbaar en onmiddellijk: het gaat sneller, je houdt controle, je weet zeker dat het goed komt, het voelt productief. De gains van delegeren zijn abstract en liggen in de toekomst: een zelfstandig team, meer ruimte voor jou, betere beslissingen. Comforts winnen bijna altijd van gains, want ze zijn er elke dag opnieuw en ze zijn zeker.

Daar komt de Fundamentele Attributiefout bij: de neiging om gedrag toe te schrijven aan de persoon in plaats van aan de situatie.[4] Een first-time leider die terugvalt in micromanagen is niet "gewoon een controlefreak". Die persoon reageert op een context die zelf doen beloont en loslaten bestraft. Geen training compenseert een omgeving die het verkeerde gedrag makkelijk maakt.

Vaardigheden bepalen wat je kúnt. De context bepaalt wat je dóét. En onder druk verliest kunnen het altijd van de omgeving.

Klaar om dit zelf toe te passen?

De theorie begrijpen is stap één. De Behavioural Design Fundamentals Course leert je hoe je het toepast, met je eigen praktijkcases, in een groep van twintig professionals.

10.000+ alumni · 43 landen · 9,3 beoordeling

SUE Behavioural Design training

Hoe ontwikkel je deze vaardigheden?

De oplossing is niet meer willen, maar de context zo ontwerpen dat het nieuwe gedrag de makkelijkste optie wordt. Vijf stappen die het verschil maken.

1. Maak je nieuwe rol expliciet

Schrijf in twee kolommen op welk gedrag je waardevol maakte als professional, en welk gedrag je rol nu vraagt. "Snel zelf oplossen" wordt "iemand laten oplossen". "De expert zijn" wordt "experts ontwikkelen". Door het contrast zichtbaar te maken, weet je precies welk gedrag je moet afleren. Je kunt geen gewoonte doorbreken die je niet benoemd hebt.

2. Begin met twee minuten

James Clear beschrijft in Atomic Habits de tweeminutenregel: elk nieuw gedrag moet in minder dan twee minuten kunnen starten.[5] Vertaald naar leidinggeven: begin niet met een complete transformatie van je stijl. Begin met één vraag. Stel aan het eind van elk bilateraal: "Wat heb je van mij nodig om dit zelf te kunnen?" Dat kost twee minuten en installeert een patroon van delegeren in plaats van overnemen.

3. Ontwerp je context

Verander de structuur die je oude gedrag uitlokt. Blokkeer wekelijks tijd voor je team zodat ontwikkelen geen sluitpost wordt. Verander de opening van je teamoverleg in een vaste vraag aan een ander dan jij. Maak delegeren de default door taken standaard bij iemand anders te beleggen, tenzij er een goede reden is om het zelf te doen. Defaults zijn het krachtigste gedragsinstrument dat er bestaat: het verschil tussen 15% en bijna 90% deelname aan orgaandonatie zit volledig in de default.[6]

4. Vraag om feedback op je gedrag

Je weet niet hoe je overkomt totdat je het vraagt. Vraag je team elke twee weken drie dingen: wat moet ik blijven doen, wat moet ik stoppen, wat moet ik starten? Het maakt je eigen ontwikkeling zichtbaar en geeft je team meteen het signaal dat feedback hier een tweerichtingsweg is. Dat is psychologische veiligheid in de praktijk, niet als poster maar als gedrag.

5. Bouw stap voor stap uit

Voeg pas een nieuw gedrag toe als het vorige routine is geworden. Eerst de afsluitende vraag in je bilateralen. Dan het vaste rondje in je overleg. Dan het wekelijkse feedbackmoment. Wie alles tegelijk wil veranderen, verandert niets. Wie kleine gewoontes stapelt, bouwt binnen een paar maanden een compleet ander leiderschapsrepertoire op zonder het gevoel te hebben dat het zwaar was.

Veelgestelde vragen over first-time leiderschap

Wat is de belangrijkste vaardigheid voor een first-time leider?

Loslaten. Stoppen met zelf het werk doen en beginnen met anderen het werk laten doen. De meeste first-time leiders worden gepromoveerd omdat ze uitblonken in de uitvoering, en precies dat gedrag wordt nu hun valkuil. Wie blijft doen wat hem of haar de promotie opleverde, wordt een flessenhals in plaats van een leider.

Welke vaardigheden heeft een beginnend leidinggevende nodig?

Vijf gedragingen vormen het fundament: loslaten en delegeren, verwachtingen expliciet maken, feedback geven die gedrag verandert, psychologische veiligheid creëren, en prioriteren door nee te zeggen. Het zijn geen aangeboren eigenschappen maar gedragingen die je ontwerpt en oefent.

Waarom is de overgang van professional naar leider zo lastig?

Omdat het geen kennisprobleem is maar een gedragsprobleem. Je bent jarenlang beloond voor zelf de beste zijn in het werk en moet dat gedrag nu afleren. Afleren is moeilijker dan leren: het oude gedrag voelt veilig, snel en productief. Zonder een context die het nieuwe gedrag makkelijk maakt, val je onder druk terug naar wat je kent.

Kun je leiderschapsvaardigheden leren of moet je ermee geboren worden?

Je kunt ze leren. Leiderschap is geen eigenschap die je hebt of niet hebt, maar gedrag dat je vertoont, afhankelijk van de situatie en de omgeving. Dat maakt het ontwerpbaar: je richt de context zo in dat goed leiderschapsgedrag de makkelijkste optie wordt.

Hoe begin ik als first-time leider zonder me overweldigd te voelen?

Begin met één gedrag in plaats van een hele lijst goede voornemens. Stel aan het eind van elk een-op-eengesprek dezelfde vraag: "Wat heb je van mij nodig om dit zelf te kunnen?" Dat kost twee minuten en installeert een patroon. Voeg pas een nieuw gedrag toe als het vorige routine is. Kleine gewoontes die blijven hangen verslaan grote intenties die vervagen.

PS

Bij SUE zien we het elke week. Briljante professionals die een team krijgen en drie maanden later uitgeput zijn, omdat ze nog steeds proberen de beste uitvoerder én de leidinggevende te zijn. De intentie is er altijd. De context werkt tegen. Leidinggeven leer je niet door meer te willen, maar door het juiste gedrag makkelijker te maken dan het oude. Voor je team, en net zo goed voor jezelf.

Astrid Groenewegen - Co-founder SUE Behavioural Design
Wekelijkse nieuwsbrief

1,5 minuten over invloed

Elke week zie ik iets: een ziekenhuisbord, een supermarktschap, een zin in een vergadering. Altijd iets dat precies laat zien hoe context gedrag stuurt. Ik schrijf het op. Elke donderdagochtend krijg je het in je inbox. In 90 seconden.

Gelezen door 10.000+ professionals · Gratis · Uitschrijven kan altijd