Jouw situatie
Jij zei: de klant is het ermee eens, en er gebeurt niets mee.
Jij zei: de klant kiest de goedkopere of makkelijkere weg.
Jij zei: de klant vraagt om nog een analyse, en nog een.
Jij zei: je hebt van alles gedaan, en het blijft zoals het was.
En je klant betaalt voor je advies. Dan wil hij vooral zeker weten dat hij er intern mee kan aankomen.
En je adviseert intern. Dan weegt jouw advies tegen de gewoonte van collega's die je elke dag tegenkomt.
En je adviseert een bestuur. Daar weegt het risico van een verkeerd besluit zwaar.
Gelijk krijgen is nog geen opvolging.
Je klant vindt je advies goed. Uitvoeren vraagt daarna iets anders: tijd vrijmaken, collega's meekrijgen, iets stoppen wat nu loopt. Zolang niets doen de makkelijkste weg is, blijft je rapport liggen.
Vraag morgen aan je klant wat de eerste stap is die hij deze week kan zetten, en wat hem daarbij in de weg zit. Maak die stap zo klein dat hij hem meteen zet.
De makkelijke weg wint van het beste advies.
Jouw advies vraagt meer van de klant dan het alternatief: meer geld, meer moeite of meer risico. Dat verschil voelt hij nu, de opbrengst pas later.
Kijk morgen wat jouw advies de klant in de eerste maand kost. Haal één drempel weg, of knip het advies op in een eerste stap die weinig vraagt.
Nog een analyse is uitstel met een nette naam.
Wie blijft vragen om onderbouwing, twijfelt zelden aan je cijfers. Hij ziet op tegen het besluit en wat erna komt. Meer analyse geeft hem tijd en laat die twijfel staan.
Vraag morgen wat er zou moeten gebeuren om nu te kunnen besluiten. Het antwoord gaat zelden over de analyse.
Je hebt steeds harder geduwd. Wat tegenhoudt, staat er nog.
Uitleg, argumenten en druk werken allemaal aan dezelfde kant: ze duwen. De twijfels en de gemakken die mensen bij het oude houden, blijven staan. Zolang die er staan, levert harder duwen vooral meer tegendruk op.
Plan morgen geen nieuwe actie. Breng eerst in kaart wat mensen tegenhoudt. Daarna weet je wat je weghaalt.