Dit artikel is onderdeel van: De koppige optimist  ·  Lees alle artikelen →

De wet van Kurzweil: optimisme als rekensom

Vraag iemand hoe het met de wereld gaat en je krijgt bijna altijd hetzelfde antwoord. Bergafwaarts. Het klimaat, de politiek, de jeugd van tegenwoordig, het was vroeger beter. Dat gevoel zit diep, en het voelt als realisme. Nuchter naar de feiten kijken en concluderen dat het somber is.

Ik geloof er niets van. De cijfers zeggen iets heel anders, en vrolijk willen blijven heeft daar niets mee te maken. Er is één man die dat scherper heeft opgeschreven dan wie ook.

De wet van Kurzweil

Ray Kurzweil is uitvinder, en sinds jaren hoofd van een van de onderzoekslabs bij Google. In 2001 schreef hij een essay met een titel die nogal academisch klinkt: The Law of Accelerating Returns, de wet van versnellende meeropbrengsten.[1] De kern is simpel genoeg om aan een tafel uit te leggen.

De meeste mensen denken lineair. Je zet een stap, dan nog een, dan nog een, en je schat de toekomst in door die stappen op te tellen. Tien stappen vooruit voelt als tien keer zo ver. Maar zo werkt vooruitgang niet. Die verdubbelt, en dan verdubbelt de uitkomst opnieuw, en weer, en het tempo van die verdubbeling loopt zelf ook op. Tien stappen vooruit brengt je dan duizend keer zo ver, niet tien keer.

Het bekendste plakje van die curve is de wet van Moore. Gordon Moore, medeoprichter van Intel, merkte in 1965 op dat het aantal transistoren op een chip ongeveer elke twee jaar verdubbelt.[2] Geen natuurwet, en zeker geen toeval. Decennia later klopt het nog steeds ongeveer, en het is de reden dat de telefoon in je zak meer rekenkracht heeft dan de computers die de Apollo naar de maan stuurden. Wat Kurzweil deed, was dat ene patroon optillen uit de chiptechnologie en laten zien dat het overal opduikt. In rekenkracht, in opslag, in DNA-sequencing, in de prijs van zonne-energie.

We zullen in de 21e eeuw geen honderd jaar vooruitgang meemaken, eerder twintigduizend jaar.

Dat is Kurzweils beroemdste claim, en hij bedoelt het letterlijk.[3] De klok loopt niet sneller; het tempo van de vooruitgang blijft versnellen, en zo stapelt het zich op. Reken met de snelheid van vandaag en je onderschat enorm wat er aan het eind van de eeuw mogelijk is. We hebben er een ingebouwd talent voor om dat mis te rekenen, want ons brein telt op waar de werkelijkheid vermenigvuldigt.

Optimisme als extrapolatie

Hier komt de gedragskant binnen.

Als de lijn van wat mensen kunnen al twee eeuwen omhoog buigt, en steeds sneller, dan is rekenen op meer vooruitgang gewoon extrapolatie. Je trekt de lijn door die je al twee eeuwen ziet. Optimisme wordt dan een conclusie uit de data, geen karaktertrek en geen stemming waar je toevallig mee wakker wordt. Het is de pessimist die selectief kijkt, die de curve negeert en één slecht jaar voor de trend aanziet.

Neem het meest fundamentele cijfer dat er is. In 1990 leefde ongeveer 36 procent van de wereldbevolking in extreme armoede. In 2015 was dat onder de 10 procent gezakt.[4] In een kwart eeuw, één mensenleven, meer dan een miljard mensen eruit. Het is de grootste daling van armoede in de geschiedenis, en de meeste mensen weten het niet. Hans Rosling liet in Factfulness zien dat hoogopgeleide publieken het stelselmatig fout hebben over dit soort vragen, slechter nog dan willekeurig gokken.[4] Hun beeld van de wereld is jaren geleden blijven hangen, gevoed door nieuws dat elke dag het tegenovergestelde laat zien. Met domheid heeft het niets te maken.

Daar zit precies het probleem. Ons wereldbeeld komt van de feed, niet van de curve. En die feed is afgesteld op alarm. Angst houdt de aandacht beter vast dan een grafiek die rustig omhoog kruipt. Dus krijgen we een gestage stroom van wat stukgaat en bijna niets van wat wordt gebouwd. Het beeld dat overblijft staat scheef, zwaar gekanteld richting de bedreiging.

"Maar techniek lost toch niet alles op?"

Nee. En ik wil hier precies zijn, want dit is waar naïef techno-optimisme de mist in gaat.

De curve geeft je gereedschap, geen uitkomst. Dat een MRI-scanner bestaat zegt niets over of mensen op tijd bij de dokter komen. Dat een vaccin in elf maanden klaar is zegt niets over of mensen het nemen. De technologie verdubbelt exponentieel, terwijl gedrag, adoptie en vertrouwen in een heel ander tempo bewegen. Lineair op een goede dag. De wet van Kurzweil maakt de kloof tussen wat kan en wat mensen werkelijk doen daardoor niet kleiner, maar juist groter.

En daar ligt de hele baan.

Waarom de gedragsontwerper wel optimist moet zijn

Kijk wat de wet van Kurzweil doet met het werk van een gedragsontwerper. Je grondstof, de gereedschappen waarmee je gedrag kunt vormgeven, blijft verdubbelen: meer data over hoe mensen werkelijk beslissen, meer bereik, meer manieren om een experiment te draaien en binnen een week te weten of iets werkt. Wat tien jaar geleden een onderzoeksbudget van een universiteit vroeg, draait nu op een laptop.

Dat betekent iets ongemakkelijks en iets bevrijdends tegelijk. De beperking zit nooit in de capaciteit. De gereedschappen zijn er, en er komen er elke maand betere bij. Wat overblijft is verbeelding en wil. Of iemand gelooft dat het anders kan, en bereid is het werk te doen.

Daarom is "het kan niet" de enige overtuiging die een gedragsontwerper diskwalificeert. Dat is een feitelijke leesfout van de curve, en heeft niets met beleefdheid te maken. Wie naar een vastgelopen situatie kijkt en zeker weet dat er niets aan te doen is, heeft de afgelopen tweehonderd jaar niet zo nauwkeurig bekeken. Koppig optimisme is voor ons vak dus vakgeschiktheid, geen temperament. De pessimist die de curve verkeerd leest, leest daardoor ook de baan verkeerd.

Dit is waarvoor we SUE hebben gebouwd. Voor mensen die naar de groeiende kloof tussen wat kan en wat gebeurt kijken en daar nieuwsgierig van worden in plaats van moedeloos. Die de versnelling zien als ruimte om in te werken. Wij zijn optimisten met bewijs, geen dromers. We werken met data en experimenten, en we blijven itereren, altijd vanuit de overtuiging dat het beter kan, omdat de cijfers dat blijven laten zien.

Gedrag is een ontwerpkeuze, geen lot. En de toekomst overkomt ons niet, die wordt gebouwd, door de koppige optimisten die weigeren te geloven dat de curve bij hen ophoudt.

Als je wilt leren hoe je gedrag ontwerpt in plaats van probeert te motiveren, is dat precies wat de Behavioural Design Fundamentals Course behandelt. Bekijk de eerstvolgende data →

Veelgestelde vragen over de wet van Kurzweil

Wat is de wet van Kurzweil?

De wet van Kurzweil, ook wel de wet van versnellende meeropbrengsten, stelt dat technologische vooruitgang exponentieel verloopt in plaats van lineair, en dat het tempo van die vooruitgang zelf ook toeneemt. Ray Kurzweil formuleerde haar in 2001 als een bredere versie van de wet van Moore: niet alleen rekenkracht verdubbelt in een vast ritme, maar vooruitgang in het algemeen.

Wat is het verschil tussen de wet van Kurzweil en de wet van Moore?

De wet van Moore beschrijft één specifiek verschijnsel: het aantal transistoren op een chip verdubbelt ongeveer elke twee jaar. De wet van Kurzweil generaliseert dat patroon naar vooruitgang in bredere zin en stelt dat de versnelling zelf een terugkerend patroon is, niet iets eenmaligs in de chiptechnologie.

Waarom maakt de wet van Kurzweil optimisme rationeel?

Als de lijn van wat mensen kunnen al twee eeuwen omhoog buigt, en steeds sneller, dan is rekenen op meer vooruitgang gewoon extrapolatie. Optimisme wordt zo een conclusie uit de data. Het is de pessimist die de curve negeert en één slecht jaar voor de trend aanziet.

Astrid Groenewegen - Co-founder SUE Behavioural Design
Wekelijkse nieuwsbrief

1.5 minutes on influence

Meer dan 10.000 lezers  ·  Gratis  ·  Altijd uitschrijven mogelijk